»Home
 »Links
 »Reacties

 »Studiehandleiding
 »Hoofdstuk 1
 »Hoofdstuk 2
 »Hoofdstuk 3
 »Hoofdstuk 4
 »Hoofdstuk 5
 »Hoofdstuk 6
 »Hoofdstuk 7
 »Hoofdstuk 8
 »Hoofdstuk 9
 »Hoofdstuk 10
 »Hoofdstuk 11
 »Hoofdstuk 12




Hoofdstuk 6


Hoofdstuk 6
6.1. Boekbegripsvragen
Niveau 1.
6.1.1. De auteur noemt 4 slingerbewegingen van moderniteit. Op de keper beschouwd vormen zowel de eerste twee als de laatste twee samen een heen en weer beweging. Leg in eigen woorden het verband uit tussen de eerste twee en de laatste twee.
6.1.2. Wat is volgens jou het verband tussen Rawls' opvatting van 'justice as fairness' en inclusivieit?
6.1.3. De auteur stel dat Zowel Tagore als Buber de moderniteit als een uitdaging én een bedreiging zien. Geef hierbij een toelichting
Niveau 2
6.1.4. Erich Fromm is van mening dat de hebbende bestaanswijze een hyperactieve samenleving oproept die in wezen echter passief is. Hier is sprake van een paradox. Leg uit wat Fromm hiermee bedoelt en waarom hij van mening is dat de modus van het zijn een zowel actieve als creatieve modus is.

6.2. Studievragen Niveau 1.
6.2.1. Kies een van de slingerbewegingen en zoek naar een reele casus uit de praktijk van het Nederlandse openbare bestuur om deze beweging te illustreren.
6.2.2. Zygmunt Bauman kenmerkt 'liquid modernity' als 'a society in which the conditions under which its members act, change faster than it takes the ways of acting to consolidate into habits and routines'. (Liquid Life, 2005) Probeer met hulp van gegevens uit hoofdstuk 6 (en eventueel ook uit het boek van Bauman) duidelijk te maken welke consequenties liquid modernity kan hebben voor integriteit.
6.2.3. Digitale communicatie wordt door sommigen als een geweldige mogelijkheid gezien de communicatie tussen mensen te verbeteren en daardoor ook de verstandhouding, het begrip en de samenwerking tussen mensen. Anderen betogen dat de nadruk op digitale communicatie het gevoel voor virtual reality versterkt en hard reality verzwakt, met grote gevolgen voor het reële vertrouwen tussen mensen.

Niveau 2
6.2.4. Jered Diamond somt in zijn boek Collapse in hoofdstuk 14 een aantal redenen op waarom samenlevingen instorten. Ga na welke hiervan relevant zijn, en op welke wijze voor moderniteit en welke voor het Nederlandse openbare bestuur.
6.3. Reflectievragen
Niveau 1.
6.3.1. Bestudeer het Latijns Amerikaanse verschijnsel 'caudillismo', formuleer de essentie ervan and ga na op welke wijze zich ditzelfde verschijnsel zich ook regelmatig in Europa en in Nederland in het bijzonder voordoet.
6.3.2. Wat kunnen wij ons in de concrete praktijk van communicatie binnen een (bestuurlijke) organisatie van InSync voorstellen? Wat moeten we inoefenen? Wat moeten we afleren?
Niveau 2
6.3.3. Voor de psycholoog Rollo May is persoonlijke integriteit een kwestie van vermogen tot integreren van ervaringen en van feed-back van medemensen. Leg deze stelling in eigen woorden uit en geef een kritische bespreking ervan.

6.3.3. Pessoa's portret van de anarchistische bankier is een extreem portret. Bedenk een discussie tussen twee vrienden van wie de een het helemaal met Pessoa eens is en het een prachtig portret vindt en van wie de ander vindt dat het niet alleen een sterk overdreven tekening is, maar op veel onwaarheden gebaseerd is.


6.4. Praktijkvragen
Niveau 1.
6.4.1. Kies opnieuw een van de slingerbewegingen en ga na welke les hieruit getrokken kan worden voor de leiding van een organisatie in he openbaar bestuur.
6.4.2. Leg uit aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk van het openbaar bestuur wat ontkoppeling betekent en wat het verband is tussen ontkoppeling en (gebrek aan) vertrouwen. Wat kan binnen het openbaar bestuur worden gedaan om koppelingsprocessen op gang te brengen?

Niveau 2
6.4.3. Probeer aannemelijk te maken dat de 'geboorte' van de consument, de bureaucraat, de terrorist, de exhibitionist en de verzamelaar (Baudrillard) binnen moderniteit alles met elkaar te maken hebben. Geef van alle 5 een portret 'als bestuurder'. (Inclusief de terrorist, zij het dan opgevat in overdrachtelijke zin) En laat aan de hand van deze portretten zien op welke manier zij de integriteit van het openbaar bestuur ondermijnen.
6.4.4. Volgens Rawls is maximalisatie van inkomensverschillen disfunctioneel, desintegriteit bevorderend en op den duur destructief voor maatschappelijke verhoudingen. Zij dienen te worden geoptimaliseerd. Probeer een concrete maatstaf voor optimalisatie van inkomensverschillen voor bestuurlijke organisaties te formuleren.
6.5. Analysevragen
6.5.1. Hoe manifesteren de verschillende slingerbewegingen van moderniteit zich in jouw organisatie?
6.5.2. In hoeverre kan gesproken worden van een publiek vertrouwen in de (bestuurlijke) organisatie waar je werkzaam bent? Welke tekenen wijzen erop dat sprake is van vertrouwen en welke tekenen wijzen erop dat het vertrouwen gebrekkig is. Analyseer vervolgens de mate van 'sociale koppeling' (zowel op institutioneel niveau, als op het niveau van communicatie met de omgeving) en de effecten van een gebrekkige koppeling.
6.6. Toepassingsvragen
6.6.1. Welke praktisch toepasbare lessen kun je trekken uit de drie genoemde vormen van vitalisering van moderniteit?
6.6.2. Zoek naar praktische manieren om 'publiek vertrouwen' alsook 'sociale koppeling' te verbeteren.

Eigen vragen:
    • Zelf te beantwoorden
    • Te bespreken in werkgroep of met docent
    • Voor te leggen aan auteur