|
|
Hoofdstuk 5Hoofdstuk 5 5.1. Boekbegripsvragen Niveau 1. 5.1.1. Leg uit in eigen woorden wat 'zwaar worden van het hart' voor de Egyptenaren betekende en wat het verband met integriteit is. 5.1.2. Een centrale gedachte bij Confucius is dat een bestuurder 'met morele kracht verder komt dan met fysieke macht'. Wat kan Confucius hiermee bedoeld hebben? Niveau 2 5.1.3. De auteur stelt dat in het oude Egypte 'Ethische kwesties in kosmologisch perspectief worden geplaatst en omgekeerd zijn kosmologische beschouwingen ethisch georiënteerd. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt. 5.1.4. Waarom denk je dat Toynbee van mening was dat mimesis essentieel is voor de ontwikkeling van goed bestuur? 5.2. Studievragen Niveau 1. 5.2.1. Identificeer een drietal bestuurlijke adviezen uit de Confuciaanse traditie en leidt daaruit af met welke bestuurlijke problemen het Chinese rijk kennelijk te kampen had. Niveau 2 5.2.2. Geef uit de praktijk van het openbaar bestuur met hulp van twee voorbeelden aan het wat het verschil is tussen 'mimesis' en 'fresh page' en bespreek aan de hand van deze voorbeelden de positieve en negatieve kanten van zowel het 'mimesis ideaal' als het 'fresh page ideaal'. 5.3. Reflectievragen Niveau 1. 5.3.1. De Grote Leer formuleerde: 'Nadat de dingen zijn onderzocht, wordt de kennis verbeterd. Nadat de kennis verbeterd is, wordt de wil recht. Nadat de wil recht is, wordt het hart zuiver. Nadat het hart zuiver is, wordt het zelf gecultiveerd. Nadat het zelf gecultiveerd is, wordt de familie gereguleerd. Nadat de familie gereguleerd is, wordt de regering van het land op orde gebracht. Nadat de regering van het land op orde zal zijn gebracht, zal er vrede zijn in de wereld.' 5.3.2. Probeer dit in eigen woorden te zeggen zodanig dat het voor iemand van onze tijd begrijpelijk is en als advies voor het handelen kan dienen. Niveau 2 5.3.3. Wat zouden volgens jou de redenen kunnen zijn waarom de leerlingen van Lao Tze, d.w.z. de denkers die zich in de taoistische traditie plaatsten, kritisch gestemd waren jegens de confuciaanse traditie. 5.3.4. Voor de Egyptenaren was ma'at zowel een stelsel van (morele) regels als kosmische orde als werkzame kracht, gesymboliseerd in een actieve godin. Probeer je voor te stellen hoe deze drie dimensies in de belevingswereld van Egypte een eenheid vormden en probeer deze eenheid onder woorden te brengen. 5.4. Praktijkvragen Niveau 1. 5.4.1. Kies zowel een bestuurlijk advies uit de Egyptische als de Chinese traditie die volgens jou van belang voor de kwaliteit van ons openbaar bestuur is en waaraan wij doorgaans geen of weinig aandacht besteden. Geef een toelichting en werk je keuze uit. Niveau 2 5.4.2. Neem Vaclav Havel's essay 'Poging in de waarheid te leven' door en kies een gedachte eruit die tegen de achtergrond van 'de lange lijn' volgens jou van belang is voor de kwaliteit van ons openbare bestuur. Licht je keuze toe en geef aan welke de praktische consequenties ervan kunnen zijn. Geeft vervolgens aan welke verwantschap er bestaat tussen het denken van Havel en die van de oude Egyptenaren en Chinezen. 5.5. Analysevragen 5.5.1. Zowel de Egyptenaren als de Chinezen kenden een 'bron' voor moreel bewustzijn en gedrag. Uit welke bronnen van moreel bewustzijn wordt in jouw organisatie geput? Wat is daarvan te merken in het gedrag van mensen? 5.5.1. Denk je dat het mogelijk is zonder 'bron' moreel te leven? 5.5.2. Welke vormen van 'mimesis' kom je tegen? Geef enkele concrete voorbeelden en ga na of deze functioneel dan wel disfunctioneel zijn. 5.6. Toepassingsvragen 5.6.1. Hoe zouden 'bronnen van moreel gedrag' binnen het Nederlandse bestuur kunnen functioneren? Eigen vragen:
|