|
|
Hoofdstuk 4Hoofdstuk 4 4.1. Boekbegripsvragen Niveau 1. 4.1.1. Maak een lijst van alle in dit hoofdstuk genoemde oorzaken van desintegriteit van :
Zet nu alle genoemde oorzaken in eigen volgorde van importantie (van zeer ernstig tot minder ernstig) en geef daarbij een toelichting, d.w.z. leg uit waarom je voor deze volgorde hebt gekozen. Niveau 2 4.1.2. Bekijk het lijstje van vraag 1 opnieuw. Welke verbanden zijn te leggen tussen de verschillende factoren? Welke van de genoemde factoren kunnen tot elkaar herleid worden of onder een nieuwe noemer gebracht? 4.2. Studievragen Niveau 1. 4.2.1. Welke kenmerken van de Nederlandse familiestructuur en cultuur zijn volgens jou bevorderlijk voor integriteit en welke niet? 4.2.2. In zijn boek Democracy (Part IV), bespreekt Dahl een groot aantal voorwaarden voor een goed functionerende democratie. Gebruik dit hoofdstuk om de alinea over de factor democratie in paragraaf 4.3. uit te werken. Niveau 2 4.2.3. In de sociologie bestaat een lange traditie van functioneel denken, gebaseerd is op een biologisch model van organismen: alles wat gebeurt in de samenleving heeft een functie, het dient ergens toe. De meeste functionalisten menen dat alle maatschappelijke processen en instellingen op de een of andere wijze de instandhouding van de status quo beogen. In het boek wordt in het kort ingegaan op een functionele verklaring van desintegriteit. Werk voor een van de vormen van desintegriteit de functionele verklaring uit en onderwerp je eigen argumentatie vervolgens aan een kritisch onderzoek. 4.3. Reflectievragen Niveau 1. 4.3.1. In 4.3. wordt ingegaan op een aantal factoren, zoals: democratie, legal culture, persvrijheid, kwaliteit van onderwijs enzvoort. Laten we aannemen dat de kwaliteit van onderwijs van groot belang is voor de (positieve) werking van de andere factoren. Wat zijn volgens jouw de kenmerken van kwalitatief goed onderwijs die de werking van de andere factoren en van integriteit in het algemeen stimuleren? Niveau 2 4.3.2. Treisman is van mening dat de vier door hem genoemde oorzakelijke factoren (boek 4.3) fundamenteel zijn en dat de in veel literatuur genoemde overige factoren (van sociaal-economische en bestuurlijk-institutionele aard) in feite afgeleide factoren zijn. Probeer zelf argumenten te vinden die deze opvatting van Treisman te ondersteunen en argumenten die zijn opvatting ondermijnen en kom zelf met een eindafweging. 4.4. Praktijkvragen Niveau 1. 4.4.1. Ervan uitgaande dat goed onderwijs van groot belang is voor de integriteit van openbaar bestuur (zie reflectievraag 1), wat heb jij in jouw onderwijs op basisschool, voortgezet en hoger onderwijs tot dusverre gemist dat van belang is voor de integriteit van openbaar bestuur? 4.4. 2. Welk advies zou volgens jou gegeven moeten worden aan opvoeders in het algemeen om ervoor te zorgen dat integriteit om ervoor te zorgen dat kinderen waarde leren hechten aan integriteit? Niveau 2 4.4.3. In het boek wordt gesteld dat de relaties tussen overheid en samenleving, of overheid en burger verband houden met de integriteit van openbaar bestuur. Daarbij zijn de volgende factoren in het spel: relatieve grootte van de overheid, aard van de communicatie tussen overheid en burger, als ook de kenmerken van de democratische cultuur. Kies een van deze 3 factoren uit en gebruik het boek van Dahl (vooral deel IV) om een beargumenteerd advies te schrijven voor het Nederlandse openbare bestuur inzake de door jou gekozen factor. 4.5. Analysevragen 4.5.1. Onderzoek in hoeverre medewerkers in verschillende schalen begrip hebben voor salarisverschillen met hun naast hogere en de top van de organisatie. Onderzoek vervolgens hoe een eventueel (sluimerend) onbegrip zich uit in het werk. 4.5.2. In welke opzichten kan jouw organisatie getypeerd worden als een 'open organisatie' en in welke opzichten als een 'gesloten organisatie'? Onderzoek in hoeverrre de open en gesloten kenmerken functioneel dan wel disfunctioneel zijn. 4.5.3. Geef enkele kenmerken van calculeergedrag dat typerend is voor medewerkers binnen jouw organisatie en ga na welke de effecten ervan zijn op de kwaliteit van het werk, de integriteit en de relaties tussen medewerkers. 4.5.3. Geef een globaal rapportcijfer voor jouw organisatie inzake:
4.6. Toepassingsvragen 4.6.1. Bedenk welke maatregelen getroffen kunnen worden om de rapportcijfers van vraag 4.5.3. te verhogen. Eigen vragen:
|